Meer over Piet van den Boom: www.prfct.nl


geheid


een klap en een bonk een dreun en een slag
een concert van oorverdovend kabaal
vanaf half acht ’s morgens iedere dag
en iedereen denkt is dit wel normaal

elke seconde trillen de grond en de ruiten
het stucwerk scheurt en valt van de muren
in huis is het lawaai net zo erg als buiten
niet te ontkomen en niet te verduren

de mensen die rond de bouwput wonen
krijgen knallende koppijn en maken zich kwaad
voelen zich zwaar in het ootje genomen
doen hun beklag bij de krant en de raad

de geest van protest komt snel uit de fles
dus komt de noodgreep op de proppen
een muur van blauwe containers
om de herrie van twee kanten te stoppen

deskundigen verdringen elkaar rond het gat
ze meten peilen rekenen wegen en wikken
wanneer hun rapport af is stellen ze dat
het een kwestie is van slikken of stikken
    Openingspagina
    Piet van den Boom  
    Stadsdichten in Eindhoven
    Vorige stadsdichter 
    Contact
.
er komen garanties en geld over de brug
noodhuisvesting voor schrijnende gevallen
de actievoerders krabbelen langzaam terug
hier tellen bedragen en niet de getallen

het conflict luwt langzaam nadat het is opgelaaid
bij weer een beuk een dreun een slag en een knal
tot met een sisser de laatste klap verwaait
en er een onwezenlijke stilte valt



eik

praat niet met mij
knuffel mij niet
rust niet bij me uit
ga weg uit mijn schaduw
want ik ben niet je vriend
je bent mijn vijand

ooit was ik heilig
gewijd aan de maagd
of de bronstige god
werd er gebeden
en geofferd
aan mijn brede voet

maar jij voert
mijn bittere vruchten
aan de varkens
gebruikt mijn schors
voor het looien van leer
je verzaagt mijn stam
voor vloer en kabinet
en snijdt knuppels
uit mijn trotse kruin

laat mij met rust
ik was hier eerst
en ik moet blijven
om te denken
tot een bliksemschicht
mij velt



de hand van god

het stadscentrum is vol mensen,
ontspannen druk met shoppen
op deze stralende lentedag
opgefrist door een speels briesje.

maar bij de kruising van keizersgracht
en emmasingel, waar twee hoge gebouwen
elkaar gezelschap houden,
huppelt de wind opgetogen rond.

uit een zijstraat, de vrijstraat,
komt een zonnig blonde vrouw
rijkelijk voorzien van winkeltassen,
en ze duwt ook nog een buggy.

boven haar lange lenige benen
draagt ze een allerzomerste jurk,
pure zijde, roze met bloemmotief,
klokvormig wijdvallend en kort.

dan, als ze de hoek om slaat,
krijgt de springerige wind 
de zoom van haar jurkje te pakken
en gooit het met een zwaai hoog op.

dit geeft een onbelemmerd zicht
op haar tweelingmaan, haar omega,
haar perzikzachte billen
wiegend in perfecte harmonie.

het tafereel duurt maar een tel
maar dat is lang genoeg om
mij te doen beseffen dat god bestaat
en het goed voor heeft met de mensheid.

zij vervolgt ongemakkelijk haar weg.

met één hand drukt ze haar jurk

stevig tegen zich aan, met de andere
stuurt ze de buggy en zeult ze de tassen.

zij ziet in het hele voorval
duidelijk geen godsbewijs.
voor haar is Eindhoven
alleen een winderige stad.

 

terug naar boven